31820 |
 |
| Disclaimer |
| Blog bedacht en ontwikkeld door Tom Yum Kim. Vervaardigd uit hoogwaardige verbeelding. Derivaat van persoonlijke ondervinding. Bevat een bron van creatine. Composiet onverrijkt. Scherpe randen. Solide kleefkracht. Laat sporen na van sterke taal. Tast mogelijk het ethisch inzicht aan. Lezen zonder vooringenomenheid. Ontleden noch houden onder hoge druk. Alle teksten beroepen op de expressieve vrijheid van de auteur en blijven diens intellectuele eigendom. Onder geen beding onderdelen aanhalen of reproduceren zonder uitdrukkelijke toestemming van rechthebbende. |
 |
| "Ik ben tenslotte niet op de wereld gezet om mensen een plezier te doen" (A. J. Winehouse) |
 |
| De bulk |
|
|
 |
|
|
15 jaar moet je samen geweest zijn, om 5 minuten de moed op te brengen haar ten huwelijk te vragen. En ze heeft Ja gezegd! Het zou er nog aan mankeren. Laten we ’t dan nu maar doen, nu de dollar zo zwak staat en we nadien op verlof kunnen naar de Dominicaanse. Maandenlang op voorhand ontving ik de glanzende prentkaart met “Ja!” erop. De Ja die de liefde bezegelt tussen kozijn en plafeture. De Ja ter affirmatie dat ik dit heuglijke evenement mee mocht komen bejubelen. Zolang heb ik op eieren gezeten, zo lang naar deze viering uitgekeken. Als een houten klaas sta ik nu op de receptie, knullig met een gegratineerde zeevrucht op een prikkertje in de ene, een fluit Kirr in de andere knuist, tussen getailleerde hoogwaardigheidsbekleders. Vertrouwde familie, die ik in deze format amper herken. De lachers heb ik alvast niet op mijn hand. Dat we maar rap aan tafel kunnen!
Daar gezeten aan een rijkelijk getooide dis wordt de toon al gelijk gezet. ‘Jullie hebben een voorgeschiedenis van drankmisbruik, hè’ merkt mollige Melanie fijntjes op. Hoort dat aan! De aangetrouwde partij spreekt ook een woordje mee. Van de overkant hebben ze er anders ook een flinke aard naar. Kobe, Lander en Pepijn (want zo heten de jongelieden vandaag de dag), pubers in blazers van de C&A, lijken al voor de aperitiefhapjes met de handen vergroeid aan hun flesjes Jupiler. De gemiddelde leeftijd van de genodigden is jong. Hier acht ik niemand ouder dan 65. Het is niet anders dan de natuurlijke schifting. Welke heil zit er overigens in driekwart eeuw worden? Leef een stukje en ruim dan baan.
Maken we de brug over zeven gangen heen. De openingsdans wordt door ’t prille paar ingezet. Ontroering rilt zowaar in het week van mijn oogleden. Het startsein om altemaal op de rechthoek de duivels te bezweren. Aanvankelijk kijk ik aan de zijlijn geamuseerd toe. ’Een trouwfeest, wat is dat in feite. Een platform van mensen die zich bezatten!’ Een zeurtante van de andere partij zit met verwrongen mondhoeken het spektakel passief gade te slaan vanachter het met wijn- en sausvlekken besmeurde tafelkleed. Troost u mevrouw, ik heb het ook niet voor bruiloften. Volgens de consumentenbond loopt bijkans de helft van de hedendaagse echtverbintenissen binnen de vijf jaar op de klippen, weet ik haar aan te praten. Het individualisme, de 24-uurs-economie, het gejaag. En de verleiding mevrouw, de verlèiding! Laat ik er maar niet verder op ingaan. Straks praat ik, geheel tegen mijn faam in, mijn mond voorbij.
Zij versaagt niet. ’Die Yums van jou, die geraken maar niet thuis als ze aan de gang zijn. Hangbroeken zijn het! Pijpenplekkers!’ Zorgelijk overschouwt zij de deinende massa, waartussen ze haar verloren gewaande halve trouwboek tracht te ontwaren. Breken wij het kot dan af? Zijn wij onredelijke lieden? Onze aanwezigheid werd hier door een invitatie op glanzende briefprent op prijs gesteld, dus zijn wij met z’n allen gekomen. Schuif toch een paar rijen achteruit, ouwe pruimentaart. Mens, geniet nu eens een keer! Zeg maar ‘ns volmondig Yes tegen het leven! Het begint te jeuken in mijn benen. Ik geef haar de aanzet, schuifel wat mee op het geboenwaste parket. Schurk tegen nichten en tantes aan. Driekwart van de zaal kent mij niet, kent ons niet. Binnen vijftig jaar staat op deze grondvesten een gereformeerde kerk. Het valt mij nu overigens op dat niemand kiekjes van de happening neemt. Er blijft geen beeld van over. Zuipen, lachen, dansen en vergeten. Morgen weet niemand hier nog van. Spreken we niet meer over. Futiliteiten horen niet thuis in geschiedenisboeken.
Stop de polonaise! Tussen de hotsende menigte traceer ik een gazelle, strak in avondtoilet, opgestoken haar, pikkelend op hakjes. Het plebs om me heen sublimeert rondom haar verschijning. ‘Da’s Sanne, de verse vriendin van Fons’, fluistert een mededanser mij in. Deze dame is de vriendin van de neef van mijn vader. Een haalbare prooi. Eropaf! We hebben mekaar nog nooit gesproken of gezien. Enkel van horen zeggen. Vanavond van voelen en ruiken. Ze is zoet, zacht, kruidig, een zweem van gebrande sienna. Gewillig laat zij zich leiden door mijn gekunstelde, charmante pasjes. Ik lease Sanne voor een kwartiertje. Fons ziet er geen graten in, de rokkenjager.
Het drankorgel draait inmiddels als een tierelier. Er is geen Baccardi en geen wodka. Want dat drinken de Yums niet. Enkel lager en witbier. Bij beken. ’Tom, jouw vader is zat. Rij hem maar naar huis en stop ‘m in z’n bed.’ Ik heb vader niet gadegeslagen, maar hij wilde de grote jan uithangen. Verificatie: inderdaad zo zat als honderdduizend man. Maar het zal gaan, hij kent z’n eigen naam nog. Zwijmelend vindt vader de weg naar zijn wagen op de parking en met veel omzwervingen ook het gat waar de sleutel in past om het portier te openen. Later verneem ik dat-ie, kort door de bocht weliswaar, zonder brokken de thuisplaat bereikt. ’Jouw moeder drinkt niet, hè,’ stelt Thérèse vast. ‘En dansen ook al niet.’ Dat is juist. Moeder is sociabel, maar geen feestneus. Ze zit er een beetje verwaterd bij. Moeder heeft suikerziekte en moet uitkijken met drank. Als alcohol moeders glucosespiegel vertroebelt heeft elk jood het bij haar verkorven. Laten we vanavond het jodenvraagstuk voor wat het is.
Bij de toiletten wordt onder het gezamenlijke pissen de stand van zaken geëvalueerd. Terwijl ik als een jonge hond mijn blaas sta te ledigen schuiven wrakken bij de potten in de rij aan, doen er kwaadschiks hun gevoeg. ’Gij ziet er ook nog fris uit voor de tijd van de avond’ Mistlampen kijken mij honds aan, terwijl de dronkeling onstabiel in het urinoir gozelt. ‘Kunt ge aan mij zien dat ik zat ben?’ Ik stel hem gerust: ‘Zien niet, maar horen wel. Zolang je je waffel houdt merkt niemand er wat van.’ En precies daar knelt bij zatladders het schoentje…
Schiet niet op de pianist. Ik heb een paar liter alcohol naar binnen. Maar ik doseer. Er is een etmaal en een gelag overheen gegaan. Men hoeft mij, zoals nogal wat feestgangers bij het ochtendgloren niet van tussen de naden van de dansvloer te pulken. ’Jij bent nog nooit teut geweest!’ beweert tante Dennie, aangeschoten. Klopt wederom. Er worden vanavond wijze waarnemingen uitgekraamd. Als observator wordt mij altijd verzocht om verslag uit te brengen, dus kan ik het mij niet permitteren een wazige, al te subjectieve blik op te lopen. Maar waarop zit ik hier nog te wachten? Het aanbod aan dames is niet van die kwantiteit dat ik na Sanne nog meug heb in doelgerichte jacht. Ik kijk op mijn horloge. Het wordt steeds later en vroeger. Aan mijn buurvrouw vraag ik wanneer de plezante nonkels de racistisch sexistische moppen aansnijden. Dan maak ik mij wel uit de voeten. Gegijzeld worden om gemaakte humor te aanhoren. Ik wil me niet verplichter voelen dan ik al ben.
Met welke animo kan men mij hier nog verblijden? Zit er dan geen tante Felicity in de zaal die wijdbeens een dildoshow weggeeft, zomaar uit spontaniteit, voor de glorieuze zottigheid? Of een ordinaire matpartij, dat zou de kers op de taart zijn! Nonkel Nest en de één of andere tante Suffragette die mekaar in de haren vliegen. Sport op zaterdag! Eigenlijk wordt er ook nergens meer gevochten.
Hoe uitgelaten de sfeer ook wezen mocht, als tafelgenoten beginnen te filosoferen ga ik naar huis! Onherroepelijk. Dit saturatiepunt hebben we van lieverlede bereikt. Mokka en petit fours als doorlater, graag, maar zònder de verhalen van het-was-goed-geweest, dank u. Verledens sleur ik op dit uur ook niet graag uit de linnenkast. Ik kan nogal wat hebben, maar geen gemijmer. Het vat is af. De kaars uit. Uiteindelijk valt het allemaal nog reuze mee. Nog voor half zes ligt ieder vredig in zijn nest. Ligt ieder in zijn èigen nest, verondersteld.
De volgende ochtend ben ik zowaar weer op pad. Om op adem te komen van de bruiloft van Kanaän. Trouwfeesten zijn voor ketters een martelgang van plechtmatigheden. Alle gladgestreken plooien van gister moet ik weer verkreukelen. De ceremonie met slobber van mij afwassen. De portier kijkt tegen sluitingstijd op z’n horloge. ‘Was jij hier vanmiddag ook al niet?’ Dat was ik. Je zult mij met zachte hand moeten verzoeken het pand te verlaten. En dan maar eens thuis geraken. |
|
|
13-07-2008, 19:25:34 Tom Yum Kim hangbroeken pijpenplekkers plezante nonkels sport op zaterdag teut trouwfeest Yum & Kim
|
|
Reacties
|
geluid en beweging, verscholen achter sommige beelden.
"Here's to a new world of gods & monsters!"
(uit The Bride of Frankenstein, 1935)
"Cheer up, Tommy! Paint it green" (Lizzie R. Lemonpie)
1974, november, massawoordenaar, archetypisch waarnemer, single op 33 toeren, bastaard voor de sterren, schorpioen, schuchter, schier onzichtbaar, plaag voor elke radar, deel van het decor, oog voor detail, analist, wereldgozer, laatbloeier, seizoensgebonden aan herfst, modebewust, twee linkerhanden, hoog EQ, intelligent, beeldschermdiener, houder van stijl, fetisjist, fijnproever, Pepsidrinker, bachelor in cunnilingus, éénacter, onafhankelijk denker, heldere ogen, brede blik, scherpe visie, flegmatiek, gereserveerd, eigengereid, slow motionist, zelfstandig, taalvaardig, perfectionistisch, allergisch, steriel, stabiel, schenker aan sensus, exclusief, onbesproken, onverenigbaar?
|
19-07-2008, 22:56:16
:-)
Ben zo ontspannen dat ik niet weet wat te typen.
Bedankt voor je bezoekje en de hypnose :p
groetjes en een prettig weekend nog! :-)
maike